1. Home
  2. Nieuws
  3. Digitale gegevensuitwisseling geboortezorg; hoe ver zijn we?

Digitale gegevensuitwisseling geboortezorg; hoe ver zijn we?

Sinds 1 januari 2026 is een nieuwe fase aangebroken voor digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. Het subsidieprogramma Babyconnect, dat in 2019 startte met de ambitie om veilige en eenvoudige informatie-uitwisseling de standaard te maken, heeft haar werk gedaan. Maar hoe verder? Waar staan we nu? Hoe zetten we de volgende stappen, en vooral ook hoe doen we dat samen? In dit interview met Durk Berks van Blinkz, functioneel beheerder bij het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG) komen deze en andere vragen aan bod.

Durk, sinds 1 januari 2026 is het beheer overgedragen aan het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG). Hoe kijk je terug op de afgelopen maanden?
“De afgelopen jaren zijn enorme stappen gezet, zoals het leggen van een technische basis, afspraken maken over gedeelde informatie en landelijke samenwerking voor besluitvorming.

We zitten dit jaar echt in een overgangsfase. Toen het programma Babyconnect eind 2025 stopte, is het beheer structureel ondergebracht bij de betrokken partijen binnen het DIG. Blinkz zorgt daarbij voor het onderhouden en verder ontwikkelen van de landelijke afspraken. De Regionale Samenwerkingsorganisaties (RSO’s) zorgen voor het beheer in de regio en ondersteunen de VSV’s om digitale gegevensuitwisseling in de regio goed te laten functioneren. De verantwoordelijkheid is daarmee structureel georganiseerd en ligt niet meer bij een tijdelijk programma.

De laatste maanden lag de focus op stabiliseren en organiseren, zoals het verder inrichten van de samenwerking, het actualiseren van afspraken en kwalificatieprocessen. Het is misschien niet direct zichtbaar op de werkvloer, maar deze stappen zijn essentieel voor verdere groei.”

Durk Hele Foto

Waar staan we nu?
Naast dat de technische en organisatorische basis staat, zijn we het eens over welke informatie gedeeld moet worden. En met duurzame bekostiging is de financiële basis geborgd.

Maar het eerlijke verhaal is ook dat de viewer nog niet overal in het dagelijks zorgproces volledig bruikbaar is. Daar komt namelijk alles samen: van techniek en databeschikbaarheid tot afspraken en samenwerking. ‘Onder de motorkap’ wordt keihard gewerkt om aan álle voorwaarden te voldoen. Pas dan kan de viewer overal structureel onderdeel worden van het zorgproces.

Neemt niet weg dat er ook zorgverleners zijn die de viewer al naast hun vertrouwde werkwijze gebruiken en daar enthousiast over zijn. Bijvoorbeeld in een acute situatie thuis. De zorgverleners in het ziekenhuis kunnen dan direct live in het dossier meelezen wat er gebeurt. Zonder de viewer moet een verloskundige, terwijl zij aan het handelen is, een verwijzing sturen via zorgdomein. Werken met de viewer bespaart tijd.”

En wat zijn de grootste uitdagingen?
“Digitale gegevensuitwisseling is geen softwareproject dat je één keer afrondt. Elke wijziging raakt meerdere partijen tegelijk: zorgverleners, zorgorganisaties, leveranciers, standaarden, wet- en regelgeving en informatiebeveiliging. Bovendien ontwikkelen landelijke programma’s zich tegelijkertijd verder. Denk daarbij aan Wegiz, MedMij en de nationale én internationale databeschikbaarheids-strategie zoals EHDS (European Health Data Space Regulation). Daardoor vraagt iedere nieuwe functionaliteit afstemming over zorginhoud, techniek, governance, financiering, implementatie én beheer. Juist omdat gegevens veilig en betrouwbaar beschikbaar moeten zijn en blijven, kost dit tijd. Dat is soms frustrerend, maar het is ook noodzakelijk.”

Wat betekent dit voor de komende jaren?
Het komend jaar staat nog in het teken van bouwen en implementeren. Dat betekent onder meer:

  • verdere uitbreiding van databeschikbaarheid voor alle geboortezorgprofessionals;
  • aansluiten van nieuwe zorgorganisaties en VSV’s;
  • verdere implementatie van de geboortezorgviewer;
  • betere ondersteuning van leveranciers en regio’s;
  • landelijke prioritering van ontwikkelwensen met inspraak van eindgebruikers;
  • structurele regionale en landelijke financiering vanaf 2027;
  • aansluiting op landelijke ontwikkelingen rondom databeschikbaarheid in de zorg.

Daarmee ontstaat stap voor stap een digitaal ecosysteem waarin digitale gegevensuitwisseling vast onderdeel wordt van het zorgproces. Zo zijn nieuwe ontwikkelingen niet meer afhankelijk van tijdelijke programma’s, maar onderdeel van duurzaam beheer en gezamenlijke innovatie. Naar verwachting verschuift vanaf 2028 de aandacht naar duurzaam doorontwikkelen.”

Wat is jullie boodschap aan zorgverleners en andere betrokkenen?
“Blijf actief meedenken en meedoen. En vooral ook: houd de moed erin. Dat de viewer nu nog niet kan waarmaken waar in het begin van het subsidieprogramma over werd gedroomd, wil niet zeggen dat Babyconnect niet gelukt is. Sterker nog, doordat er al veel informatie in de viewer zichtbaar is, wordt bewezen dat het wél werkt.
Jouw input is waardevol om de volledige potentie van de viewer te kunnen waarmaken! Heb je ideeën, vragen of wensen? Deel ze met ons, zodat we samen kunnen bouwen aan een toekomst waarin digitale gegevensuitwisseling vanzelfsprekend en betrouwbaar is.”

Meedoen?

Wil je meedenken over de toekomst van digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg? Neem dan contact op via functioneelbeheer@blinkz.nu of bezoek onze website www.blinkz.nu voor meer informatie. Samen maken we het verschil!